fbpx
Select all categories
{{ channel.title }}

Menu

VINO, URÁN EN OCCAM

Tim Krabbé Tekst Tim Krabbé Gepubliceerd 04 August 2016

De eindsprint van de olympische wegwedstrijd van 2012 in Londen was onmiddellijk verdacht. Het zag er inderdaad vreemd uit. Vinokoerov en Urán, 81⁄2 kilometer voor de streep ontsnapt, hadden The Mall bereikt, het laatste rechte eind van 400 meter. Het was een wonder dat ze het gered hadden, met hun voorsprong die nooit groter was geweest dan tien seconden. Ze hadden gemiddeld 52 gereden, hard, maar niet krankzinnig hard voor dat bijna vlakke en windstille stuk. Dat ze toch waren weggebleven kwam dan óók doordat ze niet werden achtervolgd door een peloton met sprinterstreintjes (dat lag op een minuut) maar door een groep van 24 toprenners; groot genoeg om niet goed samen te werken.

Dat hadden Vino en Urán wél gedaan. Van hun ontsnapping zijn ze (op de integrale BBC-reportage*) 6 minuten in beeld, waarvan Vino 2:12 minuten kop doet en Urán 2:16; anderhalve minuut gaat op aan overnemen. 350 meter vóór de streep, op 5:52:26 in de clip, rijden ze helemaal links, Urán voorop, Vinokoerov rechts een halve lengte achter hem. Urán kijkt rechts achterom, en ziet uiteraard Vino. Beiden hebben vaak achterom gekeken, maar nu doet Vino dat niet meer. Hij is bijna 39, Urán 25 – misschien zegt zijn ervaring hem: we hebben genoeg. Samen wijken ze iets uit naar het midden van de weg. Urán kijkt nog eens naar rechts, weer voor zich, dan links achter zich – en op dat moment, op 300 meter, komt Vino uit het zadel en gaat hij aan. Urán draait zijn hoofd terug, maar kijkt dan niet naar rechts maar voor zich, ondertussen naar links sturend. Drie pedaalomwentelingen, twee seconden lang, blijft hij voor zich kijken, het zijwaartse gat met Vino wordt wel tien meter. Pas dan kijkt hij weer naar rechts, ziet de nu sprintende Vino, en gaat ook aan. Hij ligt op maar een of twee lengten, maar Vino is al op snelheid, en als Urán in zijn spoor komt zijn het vijf lengten geworden en is het te laat: Vinokoerov is olympisch kampioen.

Ik had altijd een zwak voor Vino, hoe nors zijn uitstraling ook was. Misschien kwam het door die allerlaatste keer met S. in juli 2000, toen ik tussendoor toch even naar de Tour wilde kijken en ik een jonge Rus zag die solo naar de etappezege reed, vol ongelovige vreugde om dit begin van zijn vedettendom.

Wat een mooiprater toch, dat geheugen, zomaar een einde omtoveren in een begin. Alles was fout: Vinokoerov was geen Rus maar een Kazak, hij reed niet solo maar met z’n tweeën, en die vluchtmakker klopte hem. En een vedette was hij al, hij had een jaar eerder de Dauphiné gewonnen. Later kwam daar veel bij: tweemaal Parijs-Nice, twee- maal LBL, Amstel Gold, Vuelta, Touretappes, Tourpodium, Zwitserland. Maar vooral mocht ik hem om zijn vechtlust en zijn veerkracht, zijn altijd weer terugkomen. De Tour van 2007 begon hij als de grote favoriet, tot hij zwaar viel. Met beide knieën in mummie windsels ging hij door, en een week later won hij de lange tijdrit. Dat had hij met te efficiënt bloed gedaan, bleek spoedig, waarna hij er met zijn hele ploeg werd uitgegooid, twee jaar werd geschorst, het einde van zijn carrière aankondigde, zijn fiets toch weer uit de wilgen haalde, nog eens LBL won, zijn dijbeen brak in de Tour, nog eens afscheid nam – om te bedenken dat goud in Londen een passender afscheid zou zijn.

Urán is het type-Vinokoerov, maar wel op weg een eeuwige tweede te worden. Prof op zijn 16e, derde in Lombardije op zijn 21e, zilver in Londen, daarna tweemaal tweede in de Giro. Hij is een vechter, een aanvaller, een redelijke sprinter, sterke tijdrijder, zeer goede klimmer, en net als Vino behoort hij tot een bewonderenswaardig, uitstervend ras: dat van de niet-specialist, die uitblinkt in Ronden én ééndagskoersen.

Maar goed, die sprint. Urán die als een gefopt kind de verkeerde kant opkijkt in plaats van naar zijn gevaarlijke tegenstander, de erkende slechterik Vino, dat moest wel betekenen dat hij de koers had verkocht.

‘een Colombiaan die geld verkiest boven een kans op olympisch goud’; ‘Urán omgekocht’; ‘Vino kocht goud’ - die laatste twee met schijnheilige vraagtekens erachter.

Veel kranten en internetwielerkenners wisten dat hij dat had gedaan: ‘onhandige poging om een afspraak te verbergen’; ‘opzichtige praktijken’; ‘verdacht onderonsje’; ‘slechtste acteur aller tijden’; ‘te opvallende carte blanche’; ‘slecht straattheater’; ‘een Colombiaan die geld verkiest boven een kans op olympisch goud’; ‘Urán omgekocht’; ‘Vino kocht goud’ – die laatste twee met schijnheilige vraagtekens erachter.

En als er nu eens een afspraak was geweest over goud en geld? Wat zou daar eigenlijk op tegen zijn? Dat de winnaar van een ontsnapping-met-twee soms de verliezer betaalt, vloeit nu juist voort uit wat wielrennen uniek maakt: tegenstanders kunnen medestanders zijn. Talloze duo’s zijn teruggepakt omdat ze elkaar niet wilden helpen – het thema van de wederzijdse zelfvernietiging. Maar als ze elkaar wel helpen – dan wacht er maar één overwinning. Waarom dan niet ‘Voor wat hoort wat’? Winnaar betaalt verliezer, dat was al zo sinds het fietswiel werd uitgevonden, meende ik te weten.

Beeld: thethingsweare.com
Beeld: thethingsweare.com

Ik viel dan ook van mijn stoel toen ik las dat Vino voor zijn LBL-overwinning van 2010 wegens ‘corruptie’ een gevangenisstraf van drie jaar in België boven het hoofd hangt – hij zou zijn medevluchter Kolobnev 150.000 euro hebben betaald. Dat die finale daar niet naar uitziet (Vino reed Kolobnev op 800 meter los; K. leek uit alle macht terug te willen komen – maar misschien was het goed straattheater) doet er niet toe. Corruptie? Is er dan niets meer heilig? Gevangenisstraf voor het gehoorzamen aan een oude wielerwet?

Overigens zal ‘winnaar betaalt verliezer’ zelden een kwestie van koop en verkoop zijn; op het moment van de afspraak (als die al niet stilzwijgend was) is nog niet bekend wie koopt en wie verkoopt. De nog onbekende verkoper behoudt het recht om te sprinten, zie Knetemann-Moser, 1978. Al heeft Kneet zich altijd op de vlakte gehouden over het bestaan van zo’n afspraak – terecht.

Vreemd: het vergoeden van de verliezer door de winnaar wordt de gewoonste zaak van de wereld gevonden als het met gesloten beurzen gaat, zoals wanneer de één de trui pakt en de ander de etappe krijgt. Het hele wielrennen bestaat uit dienst en wederdienst, tussen renners, ploegen, over koersen, over seizoenen heen. Als standaardgrap zegt de wielervriend, als je hem voor iets bedankt: Trek maar een keer een sprintje voor me aan.

Maar als de vergoeding niet bestaat uit iets dat geld waard is, maar uit geld zélf, dan is het corruptie.

In Londen waren Vino en Urán tien minuten samen, en in de clip, bijvoorbeeld op 5:45:46, zie je dat ze bij het overnemen een paar keer even hun hoofden naar elkaar toewenden, lang genoeg voor een gesprek als: ‘Miljoen?’ – ‘Oké.’

Dat het mogelijk, misschien zelfs logisch is dat er iets over een vergoeding werd gezegd, betekent nog niet dát dat is gebeurd. En wie samenzwering of omkoperij veronderstelt, moet ook zoeken naar ontlastend materiaal – wie weet vindt hij iets dat juist nóg belastender is.

Hoe kwamen die twee eigenlijk weg? In veel verslagen werd Vino als de aanvaller gezien en Urán als de meespringer, maar op 5:43:03 zien we iets wat alle achterdochtigen lijken te hebben gemist. Na een zware, boeiende koers (ploegen van hooguit 5, geen oortjes, een simpel recept zou je zeggen) nadert, met nog 9 kilometer te gaan, de kopgroep van 26 een bocht naar links. Op kop Fuglsang, daarachter Phinney, Vino, Urán, Boom. En in die bocht demarreren Vino en Urán, aan weerskanten van de weg, precies tegelijk – Vino helemaal links, Urán helemaal rechts, als enige aan die kant langs een vluchtheuvel. Ze krijgen ieder een minimaal gaatje, komen bij elkaar – en achter ze wordt gekeken. Koers beslist, blijkt later.

De twee renners van de verdachte sprint zijn dus ook nog eens tegelijk gedemarreerd. Als bij afspraak.

We gaan verder terug. Een paar honderd meter vóór die bocht rijdt Costa op kop, met in zijn wiel Vino en Phinney. Urán is niet te zien. Dat Vino daar rijdt is sterk, want een paar minuten eerder zat hij aan het wiel van Cancellara toen die, op kop, te hard een bocht inging en tegen de hekken crashte. Vino bleef overeind maar moest voet aan de grond zetten en een gat dichtrijden.

Beeld: thethingsweare.com
Beeld: thethingsweare.com

Costa wijkt uit om van kop te gaan, Vino neemt over. In de tien seconden dat hij op kop rijdt, kijkt hij vier keer om. Rechts verschijnt dan Urán, die vanaf ongeveer de tiende plek naar voren begint te schuiven. Dan valt op hetzelfde moment aan de linkerkant Fuglsang aan en sprint Urán verder naar voren. Vino laat Phinney het gaatje op Fuglsang dichtrijden, kijkt nog drie keer om, ziet Urán aan zijn wiel – en vanaf dat moment kijkt hij, twintig seconden lang, geen enkele keer meer om. Tot aan die bocht.

Wachtte Vino op Urán? Hadden ze die demarrage afgesproken? Wanneer dan – tijdens de koers? Het kan – maar waarom zou Vinokoerov onder het rijden ineens op het idee zijn gekomen om juist Urán te benaderen? Vino had duidelijk plannen, hij zat steeds voorin, en hij zal gezien hebben dat Urán sterk reed. Maar dat deden er meer. En ze reden voor heel andere landen, heel andere ploegen. Er kán natuurlijk een speciale, geheime band tussen ze zijn geweest, iets dat het voor Vino logisch maakte om hém te benaderen. Maar zou hij dat dan niet vóór de koers hebben gedaan?

We gaan nog een stap terug. Nee, dat kan Vino niet voor de koers hebben gedaan, want Urán had niet zullen rijden. Pas kort vóór de start werd hij door zijn bond als deelnemer opgegeven.

En nu weer terug, van start naar finish. Met hulp van de derde man uit de titel: Occam. Het principe van Occams Scheermes (naar de 14e eeuwse Engelse filosoof William of Ock- ham) stelt dat, van alle mogelijke verklaringen voor een verschijnsel, die verklaring het meest waarschijnlijk is waarvoor de minste veronderstellingen nodig zijn. ‘Zie geen spoken’, zou je ook kunnen zeggen – mijn eigen formulering was altijd: ‘Durf naïef te blijven tot de noodzaak van het tegendeel onomstotelijk is bewezen.’ Occams Scheermes leidt tot een niet altijd juist, maar wel gezond oordeel over beweerde samenzweringen. Het scheermes scheert de kletspraat weg, het laat ons zien wat we zien, in plaats van hoe we interpreteren wat we zien.

Je moet wel erg lichtgelovig zijn, onnozeler haast dan Urán, om in die sprint doorgestoken kaart te zien.

Occam ziet de olympische wegwedstrijd van 2012 zo. Vinokoerov en Urán, vergelijkbare renners, allebei gehandicapt omdat ze maar één landgenoot in koers hebben, rijden sterk en komen allebei terecht in de beslissende kopgroep. Bij het ingaan van de laatste tien kilometer hebben ze ongeveer dezelfde gedachte: ze zijn kansloos in de sprint als de groep bij elkaar blijft. Een aanval is de enige kans, en tien kilometer is ideaal. Later zal het te hard gaan, eerder was het te ver. Vino loert om te zien wie er mee zou kunnen gaan. Urán verschijnt vooraan; Vino denkt: hij misschien. Of Phinney, of Boom, die ook van voren zitten en niet beter sprinten dan hij. Daar is een bocht, altijd goed voor iets verrassends, precies op de juiste afstand. Urán denkt: nu of nooit, Vino zit voorin, echt iets voor hem om mee te gaan. En op hetzelfde moment doen ze hetzelfde, allebei verbaasd en verheugd over de medestander. Ze verdedigen hun nietige gaatje groots, hopend op een blijvend gebrek aan samenwerking achter. Een of twee keer zeggen ze bij het overnemen iets tegen elkaar, waarschijnlijk iets als: ‘Blijven rijden, dan pakken we allebei een medaille.’ In die sprint, die hij onoplettend rijdt, is de jonge Urán niet opgewassen tegen de sterke, geslepen Vinokoerov.

Je moet wel erg lichtgelovig zijn, onnozeler haast dan Urán, om in die sprint doorgestoken kaart te zien. Alsof Urán dat niet zou hebben willen verbergen! Alsof het moeilijk zou zijn om een verkochte sprint geloofwaardig te spelen! Dat hoeft echt niet met banddikte, dat kan misgaan. Te vroeg aangaan en niet terug kunnen komen als de ander eroverheen komt. Te lang wachten en niet kunnen reageren als de ander aangaat. En nog een paar duizend scenario’s. Hoefde Vino eigenlijk niet mee te spelen? Als de koers verkocht was, waarom wachtte hij dan op dat slechte acteren van Urán dat alles alleen maar verdacht zou maken? Waarom deed hij het niet zoals met Kolobnev in Luik? Vino had op ieder moment in de laatste kilometer kunnen demarreren, en Urán had kunnen spelen dat hij het gat niet dicht kreeg. De raarheid van de sprint van Londen bewijst zijn zuiverheid.

Waarom sprintte Urán dan zo stom? Wielrenners worden uit principe niet geloofd, maar ik geloof wat hij na de streep zei: dat hij volkomen kapot was na die ontsnapping, geen sprint meer in de benen had, dat Vino gewoon te sterk was, toch al de betere sprinter was. En nu: zijn zilver was historisch, de eerste Colombiaanse wielermedaille ooit, iets voor heel Colombia om trots op te zijn. Hij reed dan wel voor Sky, een Britse ploeg, maar hij reed ook altijd voor Colombia, niet alleen als hij de nationale trui aanhad. Vinokoerov en Urán reden in die laatste paar honderd meter een andere wedstrijd. Vino, met zijn erelijst, reed voor goud; Urán reed voor een medaille – voor hem was het verschil tussen goud en zilver kleiner dan tussen een medaille en geen medaille. Hij keek achterom om te zien of het goed zat met die medaille – in Vino was hij minder geïnteresseerd.

Beeld: thethingsweare.com
Beeld: thethingsweare.com

Ik herinner me nog zo’n blije zilverwinnaar. In de olympische wegwedstrijd van Barcelona 1992 (toen nog alleen voor amateurs) reed een kopgroep van drie, met Erik Dekker, naar de streep. Ik verging van spanning, en was teleurgesteld toen hij kansloos geklopt werd door Casartelli – en woedend en verontwaardigd toen hij, nog vóór Casartelli dat deed, begon te juichen en gek van vreugde zwaaiend met zijn armen over de streep ging.

Jarenlang heb ik dat aangevoerd als kenmerkend voor de slapte van het Nederlandse wielrennen – ze juichen om nederlagen, ze zijn blij met tweede plaatsen. Maar toen Dekker zich ontpopte als een vechter en een winnaar, een waarlijk groot renner, ging ik dat anders zien. De olympische wedstrijd is de enige waar het cliché niet geldt dat de tweede plaats de slechtste is. Bij de Olympische Spelen is de nummer twee de winnaar van een medaille.

Op de tweede trede van het Londense podium zien Occam en ik een zielsgelukkige jongen die trots een medaille omhooghoudt: zilver voor Colombia! Op de hoogste trede zien we de oude vedette Vinokoerov, die dwars door zijn norsheid heen glundert – om een schitterende, verdiende overwinning.

Gepubliceerd in Soigneur #10, een voorpublicatie uit ‘De veertiende etappe, 72 Wielerverhalen, waarin opgenomen 43 Wielerverhalen’ van Tim Krabbé, dat voorjaar 2015 verscheen.

Beeld: thethingsweare.com

Gerelateerd bericht

6 Day London

After six days of gruelling and exquisite racing, it all comes down to the final lap. A young British duo challenging the experienced Belgians. ...