fbpx
Select all categories
{{ channel.title }}

Menu

Lieuwe

Thomas Sijtsma Tekst Thomas Sijtsma Gepubliceerd 01 October 2014

Wind, wind, altijd maar die wind. De man met een karakteristiek Friese kop slaakt een diepe zucht. Lieuwe Westra (32) heeft door de jaren heen een diepgewortelde haat ontwikkeld tegen het verschijnsel, de haat zit tot in zijn tenen. “Het is gewoon verschrikkelijk.” Toch heeft die wind hem als profrenner en persoon veel gegeven. De Fries die knecht werd bij een miljoenenformatie.

Langs groene weides, grazende koeien en de silhouetten van krachtige boerenbedrijven fietst Lieuwe Westra al twee decennia lang zijn rondjes. Het is de omgeving die hij als zijn broekzak kent, waar hij zich thuis voelt. De streek kent geen geheimen voor hem. In de verte van elke trainingsrit doemt de zeedijk op. Het markeert de grens van zijn provincie. Eeuwenlang vochten zijn voorvaderen tegen het gevaar dat achter de dijken ligt: de zee. Terpen en, sinds de late Middeleeuwen, dijken beschermden de bewoners tegen het opkomende water. De zeewerende oplossingen droegen zorg voor het voortbestaan van de familie Westra.

Beeld: Lennaert Ruinen
Beeld: Lennaert Ruinen

We spreken ‘Ut Beest’ in zijn woonplaats Tijnje, een dorpje tussen Drachten en Heerenveen. De begroeting gebeurt in het Fries, de hyperactieve hond Snowy kan zijn enthousiasme niet verbergen en springt bij het bezoek op. Lieuwe vertrok ruim vijf jaar geleden uit zijn ouderlijk huis in Mûnein. Net als Tijnje een dorp waar de lokale buurtsuper hemel en aarde moest bewegen om te overleven en waar een ieder hartelijk wordt begroet. Zoals het hoort. “Het was voor mij de hoogste tijd om op mezelf te gaan wonen”, vertelt de renner, flink beschadigd op ledematen door een valpartij twee weken eerder. “Mûnein ligt te ver in het noorden om snel in de Randstad te zijn en daarom heb ik samen met mijn vriendin Adriënne gekozen voor Tijnje. Ik kan hier rustig trainen zonder te worden afgeleid, tijd voor vrienden heb ik toch vrijwel niet.”

De verhuizing vond plaats in een periode waarin vreugde en verdriet heel dicht bij elkaar lagen voor de toenmalige renner van Vacansoleil. Zijn vader overleed in 2009, exact de periode waarin Lieuwe definitief de stap zette naar de grote jongens van het profpeloton en ook het jaar van zijn eerste grote ronde. De Vuelta startte vijf jaar geleden op het racecircuit in Assen. De tweede rit vond plaats tussen Assen en Emmen over de Drentse hei. In de route waren kasseien opgenomen en er was wind, veel wind. Tijdens de etappe koos een man het hazenpad, hij was alleen. Die dag vocht hij niet alleen tegen het ontketende peloton, maar ook tegen de zware omstandigheden en zijn emoties. “Ik heb de hele dag aan mijn vader gedacht. Hij zei altijd dat het goed met mij zou komen. Vandaag heb ik dat proberen te bewijzen”, zei Westra in een interview na de koers. De eenzame vluchter werd door het peloton gegrepen, maar zijn naam was vanaf dat moment gevestigd bij het grote publiek.

Was die ene dag de wind uit het westen gekomen dan had hij 'zijn' Adriënne nooit ontmoet.

De aanloop naar een carrière als wielerprof was voor Lieuwe geen eenvoudige. Als klein mannetje meldde hij zich net als alle andere jongetjes van die leeftijd bij de plaatselijke voetbalvereniging. “Het was bij de lokale club Trynwâldster Boys. Na één training en één wedstrijd was het klaar. Dit was niets voor mij, ik kon niet voetballen. Ik vond het afschuwelijk.” De blonde knul zag zijn grote voorbeeld, zijn eigen vader, wielrennen en besloot in zijn voetsporen te treden. Rond zijn zevende levensjaar gaf vader Westra hem zijn eerste koersfiets. Een nieuwe liefde was geboren. Westra reed al snel bij wielervereniging Otto Ebbens en streed als jonge tiener in een generatie met Michiel Elijzen, Koen de Kort en Kenny van Hummel om de landelijke hoofdprijzen. Ze hebben nog steeds een goede band, al heeft hij met de laatste op een ludieke ondertoon nog altijd woorden. Een Nederlands kampioenschap begin jaren 90 is daar debet aan. “Samen met Kenny zat ik in de finale en met de finish in zicht wisten we beide dat het op een sprint aan zou komen. Voor mijn gevoel gingen we tegelijkertijd over de finish, bij het passeren juichte geen van ons tweeën. We wisten het echt niet. De jury wees minuten later die dekselse Kenny aan als winnaar, maar bewijs in de vorm van een finishfoto was natuurlijk niet aanwezig. Daar zit oud zeer bij mij, eens te meer omdat het kampioenschap in Apeldoorn was. Kenny is daar geboren.” Wanneer de twee strijdmakkers elkaar treffen in het peloton is dit kampioenschap nog altijd hét onderwerp van discussie.

Lieuwe bleek een groot talent. Hij won veel, maar niet alles, en trainde zich dagelijks het snot voor de ogen. “Plensbuien, storm, het maakte mij niet uit. Ik ging fietsen en deed dat elke dag tot het gaatje. Nu is dat wel anders.” Op zijn vijftiende verdween zijn fanatieke houding, de fiets werd zelfs verkocht. “Het stoorde me dat vrienden elk weekend lol konden maken in de kroeg en ik alleen maar fietste. Ik kon er niet meer tegen en besloot alles te doen wat voor wielrenners verboden was.” In korte tijd veranderde de afgetrainde sportman in een ongezonde stapper met een gewicht van boven de 90 kilo. Zijn geld verdiende hij als stratenmaker, eten deed hij bij de lokale snackbar. Terwijl hij rondkijkt door zijn woonkamer, waar werkelijk niets doet denken aan wielrennen, dwalen zijn gedachten af naar het moment dat hij verlangde naar zijn verkochte fiets. “Ik was op mijn 21e helemaal klaar met stappen. ’s Avonds is het leuk, maar uiteindelijk ging ik helemaal naar de klote.” De stevig gebouwde Westra begon langzaam weer met fietsen bij zijn oude club Otto Ebbens. Koersen in Friesland durfde hij niet en daarom werd voor de eerste wedstrijd de Afsluitdijk overgestoken. “Ze lachten me uit om mijn overgewicht, in Noord-Holland werd ik minder herkend en daarom stak ik ‘de grens’ over. En ja, ook in die provincie speelt de wind een grote rol. Na een half uur wedstrijd werd ik gelost, als één van de eersten.” Het moet een trieste aanblik geweest zijn. Een voormalig talent met een kolossaal lichaam dat niet het wiel van amateurs kon houden. “Maar stoppen was geen optie, absoluut niet.” Lieuwe voerde de kwantiteit en kwaliteit van zijn trainingsuren op. “Terwijl mijn makkers aan het eind van de werkdag een peuk opstaken en een biertje dronken, pakte ik mijn fiets voor een rit van 100 kilometer. De volgende ochtend stond ik er weer voor dag en dauw, weer of geen weer. Mijn lichaam deed de hele dag pijn, maar ik deed alsof het de normaalste zaak van de wereld was.” De resultaten verbeterden en in 2006, drie jaar na zijn rentree, tekende hij een klein contract bij Krolstone. “Ze geloofden in me”, grinnikt Lieuwe als hij terugdenkt. “Opmerkelijk, want ik had nog steeds niet het postuur van een wielrenner.”

Beeld: Lennaert Ruinen
Beeld: Lennaert Ruinen

Dat Lieuwe Westra een man is van de regelmaat wordt in het gesprek wel duidelijk. Zo hanteerde hij zijn hele fietsende leven eigenlijk twee vaste trainingsrondjes: de één naar het westen, de ander richting het oosten. “Met wind uit het westen fietste ik in de richting van Harlingen. Aan de rechterkant van de snelweg ken ik elke bocht en elke hobbel. Ik kan het met mijn ogen dicht fietsen.” Als hij zijn benen begon te voelen, stak hij over en snelde aan de andere kant van de weg terug naar Mûnein. “Op goede dagen ging ik tot halverwege de Afsluitdijk, met slechte benen was ik snel weer thuis.” Met een beetje fantasie heeft Westra zijn vriendin ook te danken aan de natuur. Was die ene dag, net nadat hij bij Krolstone was gaan fietsen, de wind uit het westen gekomen dan had hij ‘zijn’ Adriënne nooit ontmoet. “Ik vertik het om eerst met de wind mee te fietsen, dat zal ik écht nooit doen. Vergeet het maar. Als vrienden een ritje hebben bedacht zonder naar de windrichting te hebben gekeken, ga ik niet mee. Deze jongen doet dat gewoon niet, uitgesloten.” Door de oostenwind fietste een groepje vrienden vanuit Mûnein in de richting van Buitenpost en Surhuisterveen. Een knappe wielrenster sloot aan bij de groep. Adriënne was zelf een heel behoorlijke coureur en dat trok de aandacht van de oplettende vrijgezel. “Bij thuiskomst heb ik haar via internet opgezocht, maar het bleek nog een hele klus haar hart te veroveren. Ik was toen natuurlijk nog niet zo fit als nu”, zegt Lieuwe met een knipoog. Na anderhalf jaar hard werken, viel Adriënne voor de charmes van Lieuwe. De wind uit het oosten was hem gunstig gezind.

“Dat ik van wind en regen houd tijdens de koers, is één van de grootste misvattingen die over mij bestaan. Mijn favoriete ritten zijn die in de zon, zonder wind. Laat mij maar starten in Zuid-Europa, daar maak je mij veel gelukkiger mee.” Lieuwe heeft inderdaad dat stempel opgedrukt gekregen, maar hoe zit het dan met zijn ijzersterke optredens in De Panne en zijn imponerende rijden in de kasseienrit naar Arenberg van de laatste Tour? “De Panne is altijd een seizoensdoel voor mij, de koers ligt me goed. Helaas wil Astana niet dat ik in België rijd. In de rit naar Arenberg had ik een goede dag. Maar als je naar mijn prestaties kijkt, zie je dat ik in de Dauphiné en de Ronde van Catalonië beter presteerde. En daar scheen de zon. Geloof me, ik haat wind en kou.” Bij Krolstone verwierf Lieuwe zijn bijnaam ‘Ut Beest’. Het wijst op het knallen bij gezamenlijke trainingen. Elke dag weer schakelde hij de pijn in zijn benen uit, urenlang stoempte de stugge Fries op kop. Vastbesloten om terug te keren naar de top. “Ik zag Van Hummel prof worden en wist dat ik dat ook kon. Ik trainde me helemaal suf en mijn werk als stratenmaker zegde ik op.”

De Russen, Kazachstanen en Italianen noemen hem weer gewoon 'Ut Beest'.

In economisch moeilijke tijden, vooral in het noorden van Friesland, moest iedereen blij zijn met de baan die hij had. “Ik was het me niet zo bewust, maar er stond veel druk op. Ik moest slagen.” En zo geschiedde. Vacansoleil pikte hem op en Westra werd één van de beste hardrijders van Nederland. Na vijf jaar ‘Shaky’ te worden genoemd, vanwege een complete winter leven op groentenshakes, klopte het steenrijke Astana op de deur. Alexander Vinokourov had plannen met hem, Nibali en de Tour. De Russen, Kazachstanen en Italianen noemen hem weer gewoon ‘Ut Beest’. “Vinokourov belde op het juiste moment. Een paar jaar geleden zou ik over de kop zijn gereden bij die mannen. Ze gaan verschrikkelijk hard. Als ik terugkijk op het eerste jaar is het een perfecte stap geweest.” Naast kamergenoot Michele Scarponi probeerde hij tijdens rittenkoersen met een cursusboek het Italiaans, de voertaal in de ploeg, onder de knie te krijgen. “Ik kom maar niet door dat boek heen, het is te moeilijk. Bovendien zit ik vaak de hele avond te klooien met mijn telefoon op de hotelkamer. Ik ben snel afgeleid; gelukkig kan ik met Scarponi in het Engels communiceren.”

Eenmaal getekend bij Astana kreeg de nieuwste aanwinst van de lichtblauwe formatie bijna de schrik van zijn leven te verwerken. “Ik zou de Driedaagse De Panne-Koksijde en de Eneco Tour niet rijden, terwijl dat de voorbije jaren belangrijke koersen waren. Ik had nota bene een abonnement op het podium in De Panne. Die koers kan ik winnen.” Het programma wijzigde niet, de Fries moest de Vlaamse voorjaarskoers missen. Manager Alexander Vinokourov en ploegleider Alexander Schefer waren gedecideerd: ‘Luister Lieuwe, er is maar één wedstrijd die telt en dat is de Tour. De rest doet er niet toe.’ Westra werd in Frankrijk in de rol van knecht geduwd, een positie die hem al werd voorgehouden bij het tekenen van zijn contract. “Moeite had ik daar niet mee. Ik wist dat de gele trui het hoogste doel was voor dit seizoen, daar hebben we met het hele team alles voor gedaan. Zelfs met een fitte Chris Froome en Alberto Contador was het ons waarschijnlijk gelukt. Mijn persoonlijke hoogtepunten lagen in de Ronde van Catalonië en de Dauphiné. Ik mocht voor mijn eigen kansen gaan en heb die met beide handen aangegrepen.” Twee etappezeges konden op zijn palmares worden bijgeschreven.

Beeld: Lennaert Ruinen
Beeld: Lennaert Ruinen

Van het bescheiden Vancansoleil-DCM naar het steenrijke Astana, het moet een hele omschakeling zijn geweest. Van het rijden in de marge naar de schijnwerpers van de ploeg met de tourwinnaar. “Het verschil valt wel mee”, zegt Lieuwe broodnuchter. “Ik blijf gewoon mezelf en doe mijn werk. Natuurlijk ben ik vreselijk trots op die gele trui en word ik meer gevraagd om interviews te geven, maar daar zitten voor mij de verschillen niet. Vacansoleil-DCM was ook een professionele ploeg.” De Fries wordt meer geleefd dan ooit. “Ik ben daardoor heel weinig thuis. Dat vind ik het laatste jaar vooral moeilijk, met oud en nieuw ben ik een week alleen geweest. Je moet sterk zijn, wil je goed door die periode komen. Maar als je echt iets wilt bereiken in het wielrennen, en ook in het leven, dan zul je toch echt uit Friesland moeten. Het is niet anders.”

Met de komst van Lars Boom naar de ploeg zal Michele Scarponi zijn plek als kamergenoot van Lieuwe waarschijnlijk af moeten staan. “Dat moet ik inderdaad maar even regelen. De komst van Lars voelde ik al aankomen, hij is een aanwinst voor elke ploeg en bovendien een goede jongen.” Westra wil Boom nog waarschuwen voor het temperament van Zuid-Europese renners in de ploeg. “Na een belangrijke rit kwam ik de teambus binnen en dacht dat iemand ging sterven. De bus was echt te klein, er werd gevloekt en gesmeten met materiaal. Ik dacht dat in de koers iets fout was gegaan, al begrijp ik meestal wel wat er loos is in de wedstrijd. Het bleek nu om een etenszakje te gaan waar iets fouts in zat. De Belgische masseur stelde me gerust en zei dat deze situaties vaker voorkomen in de ploeg. Het blijven heetgebakerde mannetjes.”

Beeld: Lennaert Ruinen
Beeld: Lennaert Ruinen

Omdat Astana de nieuwe meesterknecht dicht bij zijn ploeggenoten wilde hebben, zorgde het voor een huis in Monaco. Veel renners uit zijn team zitten aan de Zuid-Franse kust en genieten daar net zoals Lieuwe dat inmiddels doet. “Och, och, wat is het daar mooi. Ik zeg dit niet gauw over een plek buiten Friesland, maar ik voel me er thuis.” Door het goede contract bij Astana heeft hij sinds juli zelfs een derde ‘huis’. Met trots en een voldane glimlach geeft hij een korte rondleiding door het grote gevaarte op zijn oprit: een luxe camper. In de koelkast treffen we een handvol biertjes aan. “Natuurlijk drink ik wel eens een biertje, dat moet kunnen toch? Ik geniet nog steeds graag van het leven.” Het doet denken aan Laurens ten Dam. De klimmer van Belkin heeft net als Lieuwe een eigen camper en lurkt zo nu en dan ook wel eens aan een glaasje alcohol. Tijdens de kermiskoersen na de afgelopen Tour vonden de twee levensgenieters elkaar. “Na een criterium belde ik Laurens of hij al een camping had gevonden voor de camper. Ik belde de eigenaar van de camping en zette mijn camper naast die van Laurens. Om elf uur ’s avonds staken we de barbecue aan, bakten we er vlees en dronken we een paar biertjes. Hopelijk doen we dat volgend jaar weer. Dat is pas echt leven.” ­

Gerelateerd bericht

Taylor Phinney

Reflections on destiny, African tribal percussion, organised religion and steel guardrails with the idiosyncratic American. Taylor, this may seem ...