Kanalen

Selecteer alle kanalen
{{ channel.title }}

Menu

nl

Gazelle Champion Mondial

Rik Booltink Tekst Rik Booltink Gepubliceerd 13 juni 2017

Gazelle bestaat 125 jaar. Reden voor de fietsfabrikant om een van haar bekendste fietsen ooit opnieuw te lanceren: de Champion Mondial. Hennie Kuiper en Harm Ottenbros stegen met het raceframe tot ongekende hoogte. In Dieren krijgen ze als dank een jubileumfiets aangeboden.

In de kantine prikken enkele medewerkers hun late lunch van het bord. Een glazen wand scheidt hen van de collega’s in de fabriek. Daar wordt met man en macht gewerkt aan de productie van e-bikes. Het is voorjaar. Een hoge piek in het seizoen. Hors catégorie.

Harm Ottenbros en Hennie Kuiper kijken door de hoge, design raampartij. In afwachting van hun maaltijd volgen ze gebiologeerd het werk in de Gazelle-fabriek. Mannen in blauwe overalls bouwen elektrische fietsen stap voor stap op tot rijklare exemplaren. Tientallen jaren geleden is hij hier wel eens geweest, vertelt Ottenbros. “Een sponsorverplichting”, herinnert hij zich nog. “Maar zo groots en modern als nu, nee, dat was het nog niet.”

Beide mannen boekten grote successen op een Gazelle. Om precies te zijn op een Champion Mondial, het vermaarde raceframe van de Dierense fabrikant. Nu Gazelle haar 125-jarig bestaan viert, staat ze stil bij haar rijke historie. Ook al bouwt het merk tegenwoordig geen racefietsen meer, de Champion Mondial wordt eenmalig opnieuw gelanceerd in een gelimiteerde oplage. Schaarste maakt zo’n jubileumfiets nog wat gewilder.
Ottenbros en Kuiper zijn in ieder geval verzekerd van de heruitgevonden Champion Mondial, waarvoor de framebouwer en leveranciers van destijds werden opgetrommeld. De racefiets moest en zou in de geest van toen terug tot leven worden gebracht. Met liefde, passie.

Eerder op de dag kregen de wielerkampioenen hun net afgelakte Champion Mondial uitgereikt. De inwijding liet niet lang op zich wachten. Met de sporttas over de schouder stapte Kuiper direct richting het kleedvertrek van Gazelle. Op zijn blauwe tas de veelzeggende tekst ‘Door oefening flink’. Ook al zijn Ottenbros en Kuiper al enkele decennia met wielerpensioen, het racezadel voelt nog altijd als een vertrouwd thuis.
In no time reden de krasse mannen met hun cadeau over de Posbank, niet al te ver van Gazelles thuishonk in Dieren. Op de Gelderse heuvel testten ze elkaars fitheid en vonden ze vooral tijd om bij te praten over hun privélevens. De mannen, die één jaar in dezelfde ploeg reden (1975), zijn elkaar op den duur wat uit het oog verloren. Maar wielerkameraden blijven ze.

“Je rijdt nog steeds als toen. De handzetting en stand van je pink zijn heel herkenbaar”, zegt Kuiper aan tafel in de Gazelle-fabriek, terwijl hij Ottenbros’ houding imiteert. Voor hen liggen enkele fotoboeken. De papiervellen zijn beplakt met vooral zwart-witbeelden en krantenknipsels uit die tijd. Als Ottenbros een van zijn boeken openslaat, komt de befaamde plaat uit 1969 meteen tevoorschijn. Het is de foto van Ottenbros die medevluchter Julien Stevens op het wereldkampioenschap in het Belgische Zolder te snel af is. Kuiper: “Kijk hier eens naar die sprint, hé. Het was dus toch meer dan een half wiel.”
Ottenbros: “Ja, natuurlijk. Jij met je tien centimeter…”

Tijdens de ronde over de Posbank waren de successen, en dus ook de wereldtitels, al onderwerp van gesprek geweest. De herinnering aan Ottenbros’ zege op het mondiale wielerbal, die destijds als toevalstreffer werd beschouwd, was bij Kuiper anders dan de werkelijkheid. Concurrenten riepen in die jaren dat Ottenbros een te kleine motor zou hebben gehad voor de zo prestigieuze regenboogtrui. Ze vonden de toen 24-jarige Ottenbros geen waardig wereldkampioen. Kuiper neemt het nog maar eens op voor Ottenbros. “Er stond vaak geen maat op hem.”
Ottenbros, bescheiden: “Nou, nou…”
“Jij won drie kermiskoersen in een week, man”, reageert Kuiper subiet.

Ik zei: ‘Als ik wil slagen als prof, dan moet ik in Brabant gaan wonen.’

Na het wereldkampioenschap wist Ottenbros het succes niet te verlengen. In 1976 stopte hij ietwat gedesillusioneerd met wielrennen. Een nieuwe, gouden Nederlandse generatie met onder meer Jan Raas, Gerrie Knetemann en ook Hennie Kuiper duwde de naam Ottenbros snel naar de achtergrond. “Voor onze lichting was dat niet zo fijn. Wij werden minder, zij beter.” Ottenbros raakte uit beeld bij het grote publiek.
Het kon in die tijd knetteren bij een wisseling van de wacht, weten de mannen. “Zeker in België voelde je spanning. Met Van Steenbergen, Van Looy, Merckx, Maertens. Tegen elkaar koersen, verschrikkelijk. Dan had je de pers die nog wat olie op het vuur gooide”, zegt Kuiper.
Ottenbros: “Je moet plaatsmaken. Dat is nooit leuk.”

Maar in Nederland viel de rivaliteit verhoudingsgewijs mee, vertellen zij. Kuiper lepelt ter illustratie een warme herinnering op. Het was Ottenbros die de Twentenaar letterlijk verder hielp in zijn carrière. “Ik was prof geworden en woonde toen in Oldenzaal. Ik moest een criterium rijden in Hansweert op tweede pinksterdag. Vijfenhalf uur onderweg. De A1 lag er nog niet. Je had die dag veel mooiweermensen, strandbezoekers in Zeeland. Het was niet te doen. Ik zei: ‘Als ik wil slagen als prof, dan moet ik in Brabant gaan wonen.’ Harm had dat gedaan, Jan Janssen had dat gedaan.”
Ottenbros: “Bart Zoet niet te vergeten.”
“En ‘De Kneet’ later ook… Je zat dichter bij Zaventem. En bij de Belgische wedstrijden, de kermiskoersen. Dat waren vaak heel mooie voorbereidingen op de zware wedstrijden. ‘s Morgens nog even bijtrainen en ’s middags een kermiskoers rijden”, zegt Kuiper.
“De verhuiswagen stond ’s ochtends zes uur bij me voor de deur in Oldenzaal. Toen we in Brabant aankwamen was er één persoon die kwam kijken. En niet alleen kijken, maar ook helpen. Dat was Harm. Hij zei na afloop: ‘Hoe laat gaan we morgenvroeg trainen?’ Ik zei: ‘Maakt niet uit, maar ik ben er!’”

Een jaar na de verhuizing werd Kuiper wereldkampioen. In een geelgekleurd album zoekt de Tukker naarstig naar foto’s van dat moment. Intussen vertelt hij over het enthousiasme bij sponsor Gazelle. Hij won het kampioenschap op de Champion Mondial, die haar naam heeft te danken aan Ottenbros’ wereldtitel uit 1969. Kuiper: “Toen ik terugkwam van het wereldkampioenschap kreeg ik van Wim Breukink een Champion Mondial dames- en herenfiets. Met vijf versnellingen en een derailleur. Daar heb ik heel lang op gereden en veel plezier aan gehad.”

Ik heb twee fietsen bewaard. De Champion Mondial uit 1975 waarop ik wereldkampioen ben geworden. En m’n olympische fiets van 1972.

Ottenbros herinnert zich niet meer of Gazelle hem eind jaren zestig ook beloonde. Wél dat hij aan het einde van zijn carrière zijn racefiets vanaf een brug in de Oosterschelde sodemieterde omdat hij ‘het he-le-maal met koersen had gehad’. Het was zeker in die jaren een veelbesproken actie, vastgelegd met camera door een stel reportagemakers. Op YouTube zijn er nog beelden van te vinden.
Kuiper: “Ik heb twee fietsen bewaard. De Champion Mondial uit 1975 waarop ik wereldkampioen ben geworden. En m’n olympische fiets van 1972. En o ja, dan heb ik ook nog m’n eerste fiets waarmee ik m’n eerste kilometers heb gereden. Een oud barrel.”

Kuiper komt uit bij de rits foto’s van het wereldkampioenschap die hij in het plakboek zocht. “Dat was net na de wedstrijd. En hier, deze foto is thuis in Ossendrecht gemaakt, bij de huldiging. Daar was jij toch ook bij, Harm?”
Ottenbros: “Jazeker, dat herinner ik me nog goed.”
“We mogen best wel trots zijn op wat we voor elkaar hebben gekregen”, zegt Kuiper, kijkend naar Ottenbros, die instemmend knikt.

De Twentenaar eindigde twee maal in de top drie van de Tour de France en schreef drie Tour-etappes achter zijn naam. Ook knokte hij zich naar winst in de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, Milaan-San Remo en de Ronde van Lombardije.
“Ik ben een boerenzoon. Werken is me geleerd. Harms vader was stukadoor. Ook hij wist wat werken betekende. Als wielrenner moet je hard werken. Dan bereik je successen. Mij is ook geleerd dat je bij winst niet met de borst vooruit moet lopen. Gewoon nuchter blijven.”

Ottenbros knikt nog steeds van ja. “Ik loop er niet mee te koop, maar rij wel al jaren in een WK-outfit. Met ‘Zolder ‘69’ erop. Nou, hoe vaak ik wel niet in een groep met jonge mensen terechtkom en word aangesproken… ‘Meneer, meneer. Zolder ‘69, waar staat dat voor?’ Daar hebben ze nooit van gehoord. ‘Toen ben ik wereldkampioen geworden’, zeg ik dan voorzichtig. Mensen reageren heel verbaasd en uitbundig tegelijk. ‘Ik rij naast een wereldkampioen!’ Dat vinden ze geweldig, fantastisch, mooi. ‘Ik ga dat als ik thuis ben meteen aan mijn vader vertellen’, hoor je vaak.”

Voortaan rijden Kuiper en Ottenbros rond met hun ‘nieuwe oude’ Champion Mondial. Ze vinden het prachtig, want het stalen ros maakt herinneringen los. En fietsen doen ze nog altijd graag.
“Ik wil lekker fit blijven op de eerste plaats. Doordeweeks fiets ik twee keer, in de winter cross ik. Ik heb dit voorjaar nog een stuk van de toerversie van Parijs-Roubaix gefietst. Maar daarvoor ben ik wel een weekje naar Spanje geweest. Ik vind dat ik mijn lichaam moet voorbereiden als ik zoiets doe. Is een aardige opgave, die kasseistroken”, vertelt Kuiper.

Het blijft kort stil.

“Lange afstanden hoeven van mij niet meer. Daar heb ik genoeg van. Ik heb eens uitgerekend dat ik meer dan zeshonderdduizend kilometer op de fiets heb afgelegd. Daar kom jij ook wel aan, toch Harm?”
“Ik rij elke dag. Ritjes van honderd kilometer zijn heel gewoon. Alleen op zaterdag blijf ik thuis. Dan is het vrouwendag en ga ik iets met m’n vrouw doen. Maar doordeweeks is ze me elke dag kwijt. Zeker vier uur. Ik rij met een paar maatjes. En soms met jongelui. Die laat ik eerst uitrazen. Als we dan zo’n tachtig of negentig kilometer hebben gereden, zie je ze wat minder worden en ga ik aan kop. Een man van bijna 75. Ze moesten zich doodschamen. Het spelletje zit in ons.”

www.gazelle.nl/championmondial